STEM CASPER

(Link to the English version)

Van maandag 13 mei (07:00) tot en met vrijdag 17 mei (17:00) kunnen medewerkers en studenten van de Rijksuniversiteit Groningen stemmen voor de Universiteitsraad.

Ik ben kandidaat voor een derde termijn in de Personeelsfractie en hoop voldoende stemmen te krijgen om mij nog een tweetal jaren voor deze universiteit in te kunnen zetten. Hieronder licht ik toe waarom.

Korte biografie

Ik ben hoogleraar Toegepaste Statistiek en Datavisualisatie aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Daarnaast ben ik columnist bij ondermeer de UKrant en de Volkskrant.

Mijn onderzoek richt zich op het ontwikkelen van statistische modellen voor dynamische processen, met name toegepast binnen de klinische en omgevingspsychologie. Tevens houd ik mij bezig met het verbeteren van wetenschapscommunicatie op het gebied van statistiek. Indien u meer over mijn onderzoek wilt lezen, verwijs ik naar mijn recente oratie.

Motivatie en visie

In 2015 en 2017 schreef ik soortgelijke stem-op-mij-teksten en er is niet veel veranderd. Mijn tekst in 2015 begon ik met de zin De universiteit is geen bedrijf maar een academische instelling. Met een bedrijfsmatige aanpak die puur gericht is op rendementen en rankings verlies je de connectie met het hart van de academie.

De Universiteitsraad is er, als hoogste gekozen orgaan binnen de RUG, om het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd bij te sturen, wanneer zij dit wenselijk acht voor de academische gemeenschap. Hierbij dient zij een constructief kritische houding aan te nemen, waarbij niet alles tot in detail dichtgetimmerd dient te worden: er kan vertrouwd worden op de professionaliteit binnen onze organisatie.

Vanaf komend academisch jaar heeft de universiteit een volledig nieuw College van Bestuur en worden de eerste stappen richting het nieuwe Strategisch Plan gezet. Hierbij kan, wat mij betreft, niet genoeg aandacht besteed worden aan de volgende drie kernpunten:

  1. Een fijne werk- en studeeromgeving
    De afgelopen jaren lag de focus met name op efficiëntie. Wellicht goed voor de kwantitatieve output, maar niet voor het werkklimaat. Zowel studenten als medewerkers kampen met stress, burn out klachten, en structureel overwerk. Dit terwijl juist de tijd en ruimte krijgen om goed na te denken, essentieel is voor succes in de wetenschap. We zullen opnieuw de balans moeten vinden en de universiteit dient weer een werkgever te worden waar men met plezier, en binnen de daartoe aangewezen uren, kan werken.
  2. Diversiteit
    Los van de evidente wenselijkheid van diversiteit van ideeën, is het voor het draagvlak van het hoger onderwijs en de wetenschap van belang dat de maatschappij zich vertegenwoordigd ziet binnen de academie. Dit is nu niet het geval. Dit is het duidelijkst zichtbaar bij de vertekende genderbalans – waarbij de RUG het nog slechter doet dan veel andere universiteiten in Nederland – maar ook op andere gebieden. Dit moet beter.
  3. Vergroening
    Twee van de drie onderzoeksspeerpunten – healthy ageing en energy – hebben direct met vergroening te maken. Toch kan deze universiteit als instituut een stuk groener. Dit hoeft niet via enorm grote projecten – zoals het peperdure gebouw van de Energy Academy – te gaan, het kan ook met kleine stappen. Zo heb ik voorgesteld om medewerkers die overmatig vaak vliegen hierop aan te spreken.

Mijn ‘track record’ in de Universiteitsraad

Behalve een blik naar de toekomst, hierboven geschetst, kan een blik naar het verleden behulpzaam zijn in het bepalen op wie u stemt. Hieronder een aantal zaken waar ik me de afgelopen twee jaar hard voor heb ingezet.

  • Werkdruk en werkstress. De werkdruk is te hoog en medewerkers raken onevenredig gestresst omdat er eisen aan hun functioneren worden gelegd waar zij zelf weinig invloed op hebben (bv. het binnenhalen van subsidies). Dit kan en dit moet anders. De Universiteitsraad heeft ondermeer geregeld dat er vanaf dit jaar jaarlijks structureel 5 miljoen euro extra uitgegeven wordt om extra onderwijzend personeel aan te nemen.
  • Een eerlijk promotiestudentenexperiment. Het Groningse experiment met promotiestudenten is veelbesproken. Naast het evidente voordeel voor zowel aspirant-PhD-studenten als begeleiders, dat er veel meer promotieplekken zijn, kleven er ook nadelen aan dit experiment. Dit heb ik destijds hier uitgebreid beschreven. De afgelopen jaren hebben we nauwgezet de ontwikkelingen gevolgd en meermalen constructief-kritische gesprekken met de dean van de Graduate Schools gehad.
  • Momenteel zit ik in de benoemingsadviescommissie voor de nieuwe Rector Magnificus en het nieuwe derde lid van het CvB. Ik zou in eerste instantie vorig jaar in de commissie voor de Collegevoorzitter zitten, maar heb me om diversiteitsredenen teruggetrokken. Samen met studentlid Henrieke waak ik erover dat de wensen en belangen van de academische gemeenschap mee worden gewogen bij het zoeken naar twee nieuwe bestuurders. Ik let er met name op dat dit een inclusieve zoektocht is.
  • Zoals hierbovengezegd houd ik me bezig met vergroening. Dit kan door grote stappen te zetten, maar ook door meerdere kleine stappen te nemen. Zo kunnen medewerkers die overmatig vaak vliegen hierop aangesproken worden. Ik heb met regelmaat dergelijke concrete voorstellen aan het College gedaan.
  • Een goede afwikkeling van Yantai. Nadat de Universiteitsraad het megalomane project in China definitief heeft tegengehouden, is de universiteit bezig met de afsluiting van dit project. Uit extern onderzoek, uitgevoerd na lang aandringen vanuit de Universiteitsraad, is gebleken dat er, tegen afspraken in, publiek geld is gebruikt voor dit project. Binnenkort start een uitgebreide evaluatie over het gehele project. Dit is m.i. van groot belang om lessen te kunnen leren uit gemaakte fouten.

Meer weten?

Als je meer wilt weten over mijn standpunten, neem dan vooral contact met me op. Dit kan per mail (c.j.albers@rug.nl), telefonisch (+38239), per Twitter (@CaAl) of live (kamer 231 van het Heymansgebouw).



Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.