Stop de vertekende beelden van de verkiezingsuitslagen

Op 15 maart zijn de verkiezingen. Wat de uitslag wordt, weet ik nog niet, maar wat ik wel weet is dat op de 16e de kranten volstaan met plaatjes zoals deze (bron):

verkiezing1
Uitslagen 2010 en 2012. Gemaakt door Jesse de Voogd

De plaatjes zien er mooi uit, zeker als je twee verkiezingen op rij vergelijkt, en ze lijken makkelijk te interpreteren te zijn: in 2012 was de opkomst van de PVV voorbij en was de VVD aan het oprukken tot voorbij de IJssel. Spannend!

Er is echter een probleem met die plaatjes. Twee eigenlijk. En het zijn ook vrij evidente problemen – het vergt geen kennis van hogere wiskunde en statistiek om ze te zien. In de ijdele hoop dat de verkiezingsredacties van de kranten mijn blog lezen, ga ik ze hier beide benoemen. Wie weet zien de kranten de 16e er dan anders uit en hoef ik me niet te storen aan de verkiezingsuitslag én de visualisatie daarvan.

Probleem 1

Stemrecht wordt uitgedeeld per (stemgerechtigde) persoon, niet per vierkante meter Nederland. Stel, Nederland is onderstaande fruitschaal (bron) met (als ik goedgeteld heb) 17 vruchten: 16 druiven en 1 appel. Qua aantal hebben de druiven een overweldigende meerderheid (94%, goed voor 142 zetels in de Fruitkamer), maar qua aantal pixels in het plaatje zitten de druiven niet veel boven de 50%: een vertekend beeld. (Nu hebben vruchten geen stemrecht, maar ik schrijf dit tijdens lunchtijd en had zin in een etensgerelateerde metafoor. Voor de ongezondere lezer: denk aan een eierbal en zes bitterballen.)

Een appel, zestien druiven
Een appel, zestien druiven

Dit gaat bij de Nederlandse gemeenten ook op. In de dichtstbevolkte gemeente, Den Haag, wonen 6231 mensen op elke vierkante kilometer. In Schiermonnikoog, de dunstbevolkte gemeente, is dit nog geen 23: een Haagse pixel is dus zo’n 275 keer zo ‘belangrijk’ maar precies even groot als een op Schiermonnikoog. Dat is stom.

Een beter beeld krijg je door de kaart van Nederland zodanig te vertekenen dat overal elke pixel voor evenveel kiezers staat. Hieronder staan twee kaartjes van de afgelopen Amerikaanse presidentsverkiezingen (bron). (Geen idee waarom Alaska en Hawaï kwijt zijn). Het eerste kaartje is een ‘gewone’ kaart van de VS. Er zijn veel meer rode dan blauwe pixels: Trump wins bigly! Het tweede kaartje ziet mal uit, maar geeft wel een accurater beeld: Trump kreeg ongeveer drie-vijfde van alle kiesmannen.

verkiezing3averkiezing3b

Het vertekenen van de kaart van Nederland – zoals in mijn schetsje hieronder (schetsjes maken is niet een van mijn unique selling points) – zou dit probleem oplossen. Dat is mooi, maar dan zijn we er nog niet. Er waren namelijk twee problemen, en dit was pas probleem 1.

Soort van kaart van Nederland waarbij elk vierkantje ongeveer 400 duizend mensen representeert
Soort van kaart van Nederland waarbij elk vierkantje ongeveer 400 duizend mensen representeert

Probleem 2

Waren we in de Verenigde Staten, dan hadden we dit probleem niet gehad. Daar hebben ze een winner-takes-all systeem: de blauwe staten gaven al hun kiesmannen aan Clinton, de rode staten aan Trump. In Nederland verdelen we de zetels gewoon over de partijen (waarbij de grote partijen de restzetels krijgen: in de hierbovengenoemde Fruitkamer gaan alle 14 restzetels naar de Druiven). Het kaartje met de uitslag 2012 lijkt te beweren dat de VVD een supermeerderheid heeft: waar Noord-Nederland nog PvdA stemt, en enkel losse gemeentes op ‘Anders, namelijk…’ gestemd hebben, is de kaart verder zo goed als blauw. Dat is natuurlijk een enorm vertekend beeld: uiteindelijk had de VVD 41 zetels, de PvdA 38 en de rest 71. Dat zie je niet op de kaart he? Ook nuanceverschillen kan je op deze kaart niet zien. Zo was hier in Groningen de PvdA de duidelijke winnaar (36,5% van de stemmen, de nummer twee (VVD), bleef op 16,5% steken). Een paar kilometer naar het zuiden, Haren, won de PvdA ook, maar was het verschil met de VVD maar 0,4 procentpunt (27,8% vs 27,4%). De ene rode gemeente is de andere dus niet. Haren werd dus een rode gemeente met 27,4% VVD-steun. Een gemeente als Capelle aan de IJssel had relatief minder VVD-stemmers dan Haren (26,5%) maar werd toch blauw gekleurd omdat de VVD daar wel de grootste was.

Maar hoe dan wel?

Samengevat: je hebt eigenlijk geen ruk aan dit soort kaartjes, behalve een extreem oppervlakkige eerste indruk. En daar heb je niet van dit soort kaartjes bij nodig. “PvdA blijft grootste in Noord-Nederland, VVD grootste in meeste andere gemeenten” geeft net zo veel informatie en kost veel minder papier.

Hoe moet het dan wel? Simpel: geef detailinformatie in de vorm van tabellen. Kranten zijn tegenwoordig online en dus niet meer gebonden aan een maximum hoeveelheid informatie. Geef per (grote) partij aan hoeveel steun er is voor die partij. Uit de pdf waar ook de eerste plaatjes in stonden is voor elke partij ook een plaatje zoals deze te halen:

Steun aan 50Plus in 2012. Kaart gemaakt door Jesse de Voogd
Steun aan 50Plus in 2012. Kaart gemaakt door Jesse de Voogd

Dit plaatje is wel informatief: het laat zien dat klaagbejaarden met name in Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg wonen. De andere plaatjes laten bv. zien dat D66 voornamelijk in Utrecht en Gelderland goed scoort, en dat men in de Bible Belt op de SGP stemt (joh!). Het voordeel van een online krant, is dat een en ander ook interactief kan. Websites als verkiezingskaart.nl laten zien hoe dat moet.

In de online-editie heeft de redactie dus echt geen enkel excuus om nog langer de ‘wie is de grootste’ plots te laten zien: er is plek zat voor een kaart per partij. Maar in de papieren editie heeft de redactie dit excuus ook niet: waarom moeite steken in een kaart waar je niks aan hebt? De lezer verdient beter.

(PS: Ik ben natuurlijk niet de eerste die dit bedenkt, als je wat rondgooglet vindt je meer blogs, artikelen en betogen die hetzelfde zeggen. Maar het kan nooit kwaad om vlak voor de verkiezingen een goede boodschap te herhalen.)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *