Het referendum van GeenPeil en het prisoner’s dilemma

Het is GeenPeil gelukt om genoeg handtekeningen te verzamelen om een raadgevend referendum over het associatieverdrag met Oekraïne af te dwingen. Er is van alles te vertellen over de inhoudelijke voor- en nadelen van zo’n verdrag maar dat laat ik aan anderen over.

Wat veel interessanter is, is dat er in de wettelijke constructie van het referendum een rare weeffout zit: het is voor voorstanders van dit verdrag vantevoren niet duidelijk of het nu verstandig is om wel of niet te stemmen. En dat is natuurlijk raar. Bij een gewone verkiezing weet je ook dat het verstandig is om op Partij A te stemmen als je wilt dat Partij A veel stemmen krijgt.

Spelregels

Hoe komt dit? De Tweede Kamer heeft ingestemd met het associatieverdrag dus zonder referendum zou het er komen. Het referendum kan dus alleen aan de rem trekken – niet op het gaspedaal drukken. Het referendum kent vervolgens drie spelregels:

  1. Je kan voor of tegen stemmen, andere smaken zijn er niet. De optie met de meeste stemmen wint.
  2. Het referendum is pas geldig als de opkomst minimaal 30% van de stemgerechtigde bevolking is.
  3. Het staat de Tweede Kamer vrij om de uitkomst van het referendum te negeren en lekker te doen wat ze zelf wil.
Wiegel bij nacht (bron originele foto: npogeschiedenis.nl)
Wiegel bij nacht (bron originele foto: npogeschiedenis.nl)

Spelregel 3 is natuurlijk vrij zot: waarom zou je het volk om haar mening vragen als je vervolgens die mening naast je neerlegt. Dit is een raar poldercompromis tussen de voor- en tegenstanders van een referendum. Een poging tot een normaal referendum is 16 jaar geleden gestrand omdat niet alle Eerste Kamerleden zich gebonden voelden aan coalitie-afspraken. Te verwachten valt dat partijen die de uitslag totaal negeren bij de komende verkiezing afgestraft worden en onder de cynische maar aardig realistische aanname dat de meeste partijen niet vanuit ideologisch standpunt maar vanuit angst voor de kiezer hun standpunten bepalen, kunnen we er enigszins vanuit gaan dat spelregel 3 niet de belangrijkste is.

Blijven dus twee spelregels over: haal een meerderheid voor je standpunt en haal voldoende opkomst. Die klinken niet zo raar. Maar ze zijn het toch. Voor tegenstanders van het associatieverdrag is het eenvoudig om de strategie te bepalen: ga stemmen en stem tegen. Gebeurt dit in voldoende mate dan is de uitslag van het referendum in het voordeel van de tegenstemmers.

Stemstrategie

Voor voorstanders van het associatieverdrag is het lastiger. Er zijn namelijk twee scenario’s waarin zij hun zin krijgen:

  1. Minder dan 30% van de bevolking gaat stemmen en het referendum is niet geldig. De Kamer zal dan het oude voornemen om voor te stemmen handhaven en het verdrag wordt getekend.
  2. De opkomst is voldoende en een meerderheid heeft voorgestemd. Het volk heeft gesproken, de Kamer luistert, en het verdrag wordt getekend.

Het zal de meeste voorstanders worst wezen of scenario 1 of scenario 2 werkelijkheid wordt: het gaat om de uitkomst. Echter, bij beide scenario’s is een tegengestelde strategie nodig: bij scenario 1 is het beter om niet te stemmen, want elke stem verhoogt de opkomst (iets dergelijks betoogden twee DWARSe jongeren in de Volkskrant). Bij scenario 2 is het beter om wel te stemmen (en dan ook voor te stemmen), want elke voorstem is een stapje richting meerderheid. De kiezer weet vantevoren niet welke strategie de beste is, want dit hangt af van de keuze die de andere kiezers maken. Dit lijkt op het Prisoner’s Dilemma (of, eigenlijk, van het n-player Prisoner’s Dilemma) en enkele andere speltheoretische klassiekers.

Dit dilemma was niet nodig geweest als de Kamer wat beter nagedacht had bij het vaststellen van de spelregels van het raadgevend referendum. Ten eerste kan je je sowieso afvragen waarom je een minimale opkomst wilt vermelden als het referendum toch slechts raadgevend is. Als slechts 2% van de bevolking komt stemmen, zal bijna niemand het de Kamer kwalijk nemen dat ze zich weinig van de raad aantrekt. (Omdat die 2% vanzelfsprekend geen willekeurige steekproef van de bevolking is.) Maar als je dan toch een eis rond minimale opkomst wilt vermelden, doe dit dan zonder dilemma’s voor de kiezer te introduceren. Je staat als politicus tenslotte in dienst van die kiezer. Een eis als “Het referendum is geldig als voor één van de twee stemopties gekozen is door minimaal x% van de stemgerechtigde kiezers” zou dit dilemma in een klap oplossen. Zet x% bijvoobeeld op 20% en dan is de strategie voor zowel de tegenstander als de voorstander duidelijk. De tegenstander stemt tegen en hoopt dat minimaal 19,99999% van het land dat ook doet en dat er meer tegen- dan voorstemmen zijn. De voorstander stemt voor, ook hopend dat er meer voor dan tegen is. De voorstander hoeft zich dan niet meer zorgen te maken over het opkomstpercentage: hij zal er niet per ongeluk voor zorgen dat een tegen-uitslag bij het referendum voldoende opkomst heeft.

Vanzelfsprekend kan het bij elk soort volksraadpleging (bv. een ‘gewone’ verkiezing), voorkomen dat een stem een ongewenst effect heeft. Iemand die bij het stemmen twijfelt tussen CDA en VVD en besluit toch maar VVD te stemmen, kan er voor zorgen dat door die ene stem een restzetel van het CDA naar GroenLinks gaat. Had die persoon dat geweten, dan was hij mogelijk liever thuis gebleven. Maar, bij reguliere verkiezingen zijn dit soort paradoxale situaties (extreme) uitzondering; bij het raadgevend referendum zit het er in het fundament in gebakken.

Maïs. Het nr. 1 exportprodukt van Oekraïne. Heeft verder weinig met het verhaal te maken, maar zo nu en dan een plaatje doet het goed in een blogpost.
Maïs. Het nr. 1 exportprodukt van Oekraïne. Heeft verder weinig met het verhaal te maken, maar zo nu en dan een plaatje doet het goed in een blogpost.

 

Rekenvoorbeeld

Stel, dat bij het associatieverdrag 25% van het volk tegen en 40% voor is (en de overige 35% boeit het niet, die blijven thuis). Als alle voorstanders braaf gaan stemmen, wordt het associatieverdrag aangenomen. Als alle voorstanders demonstratief thuisblijven, wordt de opkomst niet gehaald en wordt het associatieverdrag aangenomen. Maar de voorstanders weten van elkaar niet wat ze gaan doen en moeten elk dus gokken wat de beste strategie is. Gevolg zal zijn dat ongeveer de helft thuisblijft en de andere helft voorstemt. Dan stemt dus 25% van het volk tegen, 20% voor, en is vervolgens het opkomstminimum behaald en heeft 56% van de stemmers aangegeven tegen het verdrag te zijn.

Er zitten 150 politici in de Tweede Kamer en nog eens 75 in de Eerste Kamer. Die hebben allemaal poppetjes rondlopen die hun advies geven. Was er bij die honderden mensen dan niemand die deze lacune even opgemerkt heeft? Of is dit allemaal strategie, zodat de politici bij een tegen-uitslag van het referendum straks kunnen zeggen “ja maar die opkomst-eis he, daarom bleven de voorstanders thuis. Deze uitslag bevestigt alleen maar dat wij op de goede koers zitten. Applaus voor onszelf.”. Hoe het ook zit, het referendum levert op deze manier in ieder geval één duidelijke verliezer op: de politiek.

23 thoughts on “Het referendum van GeenPeil en het prisoner’s dilemma”

  1. Hmm, veel voorstemmers betekent dat veel mensen prijs stellen op democratie en hun stem willen laten horen. Weinig voorstemmers betekent: ik vind het wel best, laat de heren het maar lekker onderling uitmaken.
    Het referendum gaat niet over het associatieverdrag, maar over het gebrek aan legitimiteit van de macht. Als er geen opkomst is, dan is de macht legitiem. Als er veel pkomst is, dan moeten de dames en heren politici zich weer eens achter de oren krabben.

    1. “Het referendum gaat niet over het associatieverdrag, maar over het gebrek aan legitimiteit van de macht.” – dat lijkt me jouw interpretatie van de zaken. Die wijkt af van de feiten. (Dat mag, maar maakt discussiëren lastig). Over de legitimiteit van de macht hoeft geen referendum gehouden te worden, daar zijn al verkiezingen voor.

  2. Briljant stuk, complimenten. De voorstanders van het verdrag kunnen zich maar beter verenigen en een duidelijke strategie afspreken. Dit is in Nederland bijna niet te doen. Als de strategie is: “we gaan niet stemmen” dan geven ze aan weinig respect voor de democratie te hebben of op zijn minst tegen een instrument als zo’n referendum te zijn. Als de strategie is: “ga stemmen en stem voor” dan moet er een stevige campagne gevoerd worden met goede en eenvoudige argumenten. Daar is het onderwerp van dit referendum niet heel erg geschikt voor.
    Kortom: lastig. Ik ga voor stemmen.

    1. Wie zegt dat niet stemmen niet democratisch is? De voorstanders hebben niet om een referendum gevraagd, het wordt opgedrongen door de tegenstanders. Die minderheid wil de regels bepalen.

    1. Wat mij stoort is: dat niemand (98%) weet waar het inhoudelijk om gaat. Ze hadden ‘t net zo goed over de prijs van aardbeien kunnen houden.
      Is niet erg, ware het niet dat Oekraïne sowieso door de zeik gehaald wordt!
      Vind het schandalig, de subjectieve, kortzichtige berichtgeving over MH-17 bijvoorbeeld. De Russen (de doorsnee seperatist kan geen BUK-systeem bedienen) schieten een vliegtuig met Nederlanders uit de lucht…Rapport en reacties: Tja, die mensen uit de Oekraïne hebben wel wat uit te leggen… Bullsh*t: de maatschappijen vliegen er overheen omdat het goedkoper is, de verkeersleiding was door de annexatie van de Krim (door dezelfde Rus) een chaos. teentjes te trappen en steekt het land dat vecht voor haar onafhankelijkheid en als een buffer dient voor de expansiezucht van Putin nog even een mes in de rug? Waarom durft Rutte c.s. Putin niet op zijn teentjes te trappen?

  3. Als Jan voor gaat stemmen, blijf ik thuis, want ik ben ook voor (en wil dit nepreferendum door mijn opkomst geen legitimiteit verlenen)..

  4. Via de 2e kamer verkiezing heb ik mijn partij mandaat gegeven hierover een standpunt in te nemen. Ik weet niet of ik wel zin heb me in te lezen in de Oekraïne-materie; Ik vertrouw erop dat mijn partij dat wel doet, en een weloverwogen keuze maakt.
    Ik vind dit referendum dus overbodig en ongewenst.
    Ik zal dus niet te gaan stemmen.

    1. Maar stel nu dat de meerderheid in de 2e kamer het standpunt van jouw partij niet deelt. En door via dit referendum te stemmen het standpunt van jouw partij toch een meerderheid kan krijgen, ongeacht wat de regering met de uitslag gaat doen. Zou je dan toch niet gaan stemmen? De anderen doen dat misschien wel…

        1. Rik, het gaat hier op dit blog niet over MH17, Rutte of Putin. Het gaat niet eens over Oekraïne. Het gaat hier over de opzet van een raadgevend referendum. Niet specifiek dit referendum. Als je wilt discussiëren over Oekraïne of Putin dan zijn daar andere sites voor.

          1. Het gaat over het referendum………. Als het Peil van deze discussie bepaald wordt door mededelingen over Jantje of Keesjes’ wel of niet gaan deelnemen aan…. Dan sluit ik me idd aan bij Casper:
            “Het referendum gaat niet over het associatieverdrag, maar over het gebrek aan legitimiteit van de macht.” – dat lijkt me jouw interpretatie van de zaken. Die wijkt af van de feiten. (Dat mag, maar maakt discussiëren lastig). Over de legitimiteit van de macht hoeft geen referendum gehouden te worden, daar zijn al verkiezingen voor.

          2. Eigenlijk bevestig je mijn punt gewoon: het had net zo goed over de prijs van aardbeien kunnen gaan. Is de democratie gediend bij bewezen hype-afhankelijke instrumenten waar inhoud ondergeschikt is aan (bijna Amerikaanse en willekeurige) PR? Of er iets met de uitkomst gedaan wordt of niet; een 2e of 3e referendum krijg je geen hond meer in geïnteresseerd.. Typisch Nederlands; vermoedelijk door narcisme gedreven lullen om te kijken wie het meest interessant kan lullen, hoe dan ook: gelul.

  5. Dat ging technisch even fout, vergeet de laatste opmerking, ik kreeg een melding dat het niet gepubliceerd zou worden, fijne avond, Rik

  6. Het is goed om de wetsgeschiedenis hier in de gaten te houden. De initiatiefnemers van deze wet wilden geen opkomstdrempel vanwege het adviserende karakter van dit referendum. Pas toen de *Eerste Kamer* daar zwaar op aandrong, hebben de initatiefnemers toch een opkomstdrempel opgenomen in de simpele variant die opkomen tot een stategische keuze maakt voor ja-stemmers:

    https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20140410/brief_van_de_initiatiefnemers_over_2/document3/f=/vjisk3fwoqxn.pdf

    Tegelijkertijd is er ook een wet in behandeling t.a.v. een bindend correctief referendum waar juist wel een regeling in te vinden is die uitgaat van een minimum percentage tegenstemmers als percentage van het aantal kiesgerechtigden, juist omdat voorstemmers anders wellicht thuis zouden blijven:

    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/30174/stb-2014-355

    Zie ook de originele MvT
    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/30174/kst-30174-3

    Het is misschien dus iets te makkelijk om alle politici hier op één hoop te gooien. Er wordt weldegelijk over dit soort zaken nagedacht.

    Het is hier met name onfortuinlijk dat de Eerste Kamer op de stoel van de Tweede is gaan zitten en aan heeft gedrongen op deze verkeerde drempel. Dat mag deze grondwetsbeschermer zichzelf aanrekenen!

    1. Bedankt voor de politicologische duiding Tom. En fijn om te horen dat het bij het correctief referendum (mocht dat er ooit komen) beter geregeld wordt. Dat *alle* Kamerleden niet goed nagedacht hadden, was inderdaad te kort door de bocht. Maar waar we nu mee opgezadeld zitten is wel het gevolg van ofwel verminderd nadenken bij tenminste een deel van de Kamerleden (en een zodanig groot deel dat er de vereiste meerderheden waren), ofwel opportunisme (laten we maar voorstemmen, want anders wordt de coalitiepartner verdrietig).

  7. Bericht aan een Rus:

    Ik wil het ook nog wel even over dat a.s. referendum hebben over Ukraine hier in NL. Ik heb daar een tamelijk uitgesproken mening over, m.n. aangaande het feit dat onze Vlad de consequenties moet nemen van zijn handelen. Op zich mag ik hem best, maar die mensen hier die zeggen dat je tegen moet stemmen vind ik maar een slappe hap! Ik heb soms het gevoel dat er van mij verwacht wordt dat ik daar bij hoor, maar ik trap er niet in. Buiten dat ben ik er vlak voor dat Rusland geassocieerd EU partner wordt (en dat mag je onze Vlad vertellen wat mij betreft).

  8. Mooie analyse aan de hand van het prisoner’s dilemma. Ik zou willen zeggen tegen de mensen die overwegen niet te gaan stemmen: het referendum is er nu eenmaal, het is een gegeven waar je mee moet dealen. Als je je niet wilt verdiepen in de argumenten of vind dat de representatieve democratie er beter geschikt voor is (wat ik me goed kan voorstellen): ga dan toch stemmen en volg het stemadvies van de partij waar je in de tweede kamer verkiezingen op gestemd hebt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *